Een interview op Radio 1 afgelopen zondag (afgenomen door Wieger Hemmer van de IKON, beluister het hier) leverde een kleine correspondentie op over de boerka. Sam Rozemond schreef me: “Op één punt val ik u af. U zegt ‘zeven boerka’s is kleine pijn’. In Frankrijk hoort men hetzelfde over een paar duizend vrouwen met totale gezichtsbedekking. En vijftien jaar geleden was het: die paar procent migranten kunnen toch nooit een probleem vormen. Maar het gaat om de trends die door de elite werden verdoezeld, en door de kiezers werden waargenomen. Hoofddoeken en boerka’s rukken ook op in islamitische landen, totdat iedereen die er geen draagt voor hoer kan worden uitgemaakt. U maakt zich zodoende kwetsbaar voor de vraag: bij hoeveel boerka’s wordt het wel een maatschappelijk probleem, vooral uit een oogpunt van vrouwen(r)emancipatie?”
Rozemond heeft natuurlijk gelijk, schreef ik hem. “Geen vorm van onderdrukking is te rechtvaardigen. En de boerka is ook geen artefact maar een modern product. In de jaren negentig reisde ik herhaaldelijk door heel Noord Afrika en zag daar toen minder hoofddoeken in de steden dan nu in Amsterdam West. Maar ik heb geen zin om met de probleemdefinities van een overwegend boze meerderheid te moeten werken en kies daarom mijn woorden soms wat polemisch. De morele superioriteit waarmee de vaak niet al te slimme figuren die hun vrouw in boerka dwingen tot de orde worden geroepen staat me tegen. Met het pistool op de borst kies ik – zoals ieder verstandig mens – voor een boerkaverbod, maar waarom juist daarover iemand het pistool op de borst zetten? (Hier een kleine studie over de boerka in de Nederlandse praktijk, vooral een zelfgekozen probleem voor de draagsters.) En waarom eigenlijk het pistool op de borst? Binaire keuzes zijn er voor de uitzonderingssituaties, in geval van eigen leven en dood, niet voor maatschappijkritiek. Het moet aanlokkelijk zijn om te emanciperen, niet verplicht. Ik ben daarmee kwetsbaar voor het verwijt dat ik anderen dit probleem laat oplossen, maar ik zou daarop repliceren dat mij niet duidelijk is in welke mate welk probleem precies wordt opgelost. Waardigheid, zelfrespect, het zijn dingen die je thuis moet krijgen (van je gezin, van je familie) maar ook op straat, van je medeburgers en van de overheid. De boerka is een gemeen voertuig om vrouwen tot hoeren te bombarderen, maar niet het enige. Het is wel een makkelijk ding om te bestrijden en ook heel bevredigend, maar wat is daarna precies veranderd? Dat weet ik niet zeker, en om die vraag te kunnen stellen ben ik in eerste instantie geneigd om niet mee te willen in paniek over de boerka. Ik geloof meer in leerplicht, duurzame dialoog over en varianten van (zelf)respect en leren leven met onvermijdelijke confrontaties dan in het stellen van mininumgrenzen aan emancipatie. Wanneer onze instituties niet in staat zijn om de kinderen van moeders in boerka volwaardige burgers van het land te maken, dan is pas echt sprake van een probleem – esprit de l’escalier, ik had misschien zoiets tegen de interviewer moeten zeggen.
Rozemond dan weer: “Dank voor uw reactie. Ik volg het debat in Frankrijk over de bourqa op de voet. (Hier een overzicht in NRC van de Franse discussie in het Nederlands) Deze week staat in Le Point dat de politie, na een recente winkelroof in boerka-vermomming, zit met het probleem dat veel dames uit het Midden-Oosten met gezichtsbedekking de duurste juweliers van Parijs bezoeken. Het voornaamste argument daar tegen een verbod is overigens dat een aanhouding wellicht meteen leidt tot een veldslag. Want bijna elke moslim zal zeggen dat die kledij niets met de koran te maken heeft, maar trekt met de draagsters wel graag één lijn. Een oplossing – of zelfs maar een goed principieel doordacht standpunt – heb ik niet. En wellicht is het daarvoor trouwens al te laat: esprit d’escalier.”
No Comments