Het was de 25e maart volgens de oude traditionele telling 200 jaar geleden dat de Russische schrijver en denker Alexander Herzen geboren werd en dat leek me een mooi moment eens naar het aan hem gewijde museum te gaan. Alexander Herzen was een gepassioneerd criticus van het onderdrukkende tsarenregime en de vader van alle Russische dissidenten. Maar hij liet zich nooit verleiden om allerlei Europese flauwekul op Rusland los te willen laten. Vrijheid is praktisch volgens Herzen, in plaats van daar zoals filosofen abstracte redeneringen over op te hangen zit de kunst in het doen, mensen in kleine gemeenschappen hun eigen keuzes laten maken en dan komt de rest vanzelf. De memoires van deze veelschrijvende gepassioneerde radicale rijkelooszoon zijn mooi leesvoer, nog altijd verkrijgbaar in de reeks ‘Privé domein’, en een enorme aanbeveling voor wie eens iets van een Rus wil lezen dat niet op zijn Dostojevski’s omvalt door oeverloos getob over verantwoordelijkheid jegens God en de mensheid.
Ondertussen lijkt de markante datum hier in stilte voorbij te gaan. Ongetwijfeld vindt er buiten mijn blikveld een of andere academisch getinte herdenking op een verwaarloosde letterenfaculteit plaats, of wie weet is er een televisie uitzending op een kleine zender. Maar dat een man als Herzen zo marginaal herdacht wordt, is een van de vele kleine tekens van de moeizame omgang van Rusland met zijn geschiedenis. De tweede wereldoorlog, iedere halve gare dictatoriale tsaar en elk moment dat de Polen of een ander buurvolkje een pak slaag kregen, het wordt allemaal levendig herdacht met parades en getoeter. Maar nog niet lang geleden werd ook Lev Tolstoi volkomen genegeerd. Toen Tolstoi in 1910 stierf stond het hele land letterlijk stil en de toenmalige tsaar stuurde een telegram, maar de huidige regering wijdde geen woord aan de beroemdste moderne schrijver ter wereld. Het was immers een gezaghebbende lastpak en je mag in het huidige Rusland alles, maar niet effectief de macht aanklagen.
Op weg naar het museum kwam ik langs Herzen’s geboortehuis, of beter geboortepaleis. De schrijver woonde in zijn jeugd in luister, zijn vader was een vermogende baron. Herzen zou later de financier zijn van beroemde anarchisten als Bakoenin. Men liet me daar niet binnen omdat ik geen student ben. Van de buitenkant was er niets feestelijks te ontdekken. Bij het Herzen museum aangekomen trof ik een gesloten deur. We zijn dicht tot september, was het enige wat een bewaker na aanbellen en aandringen kwijt wilde. Ook hier aan de gevel niks feestelijks. Wel zat er wel een briefje achter het raam dat men een baan heeft voor een bewaker, solliciteren kan elke vrijdag.
Groene, Maart 2012
Comments are disabled for this post